Klus (V)

Naze voelt de grond onder zijn voeten verdwijnen. Voor hem zit een jongetje vastgebonden op een stoel. Hij kan nog geen tien jaar oud zijn en kijkt ze met betraande ogen aan.

“Dit doen we niet” zegt Mike. “Heb je de advertentie niet gelezen. Geen kinderen.”

Tiam heeft een zilverkleurig kistje gepakt en maakt hem open. “Dit is geen kind” zegt hij.

Lees verder “Klus (V)”

Advertenties

Klus (IV)

Het huis ligt zo afgelegen dat Naze zich niet kan voorstellen dat hier echt iemand woont. Mike heeft zijn bivakmuts al over zijn hoofd getrokken. Het is hun belangrijkste regel: maak identificatie onmogelijk. Naze doet zijn bivakmuts ook op en loopt met Mike naar de voordeur. Er is geen bel. Mike klopt op de deur. Er wordt opengedaan door een blonde man in een bloedrood gewaad.

Lees verder “Klus (IV)”

Klus (III)

Mike zit achter het stuur en rijdt de auto steeds verder de wildernis in. Naze voelt hoe hij hem via de achteruitkijkspiegel in de gaten houdt.

“Weet je heel erg zeker dat het niet gewoon slaaptekort is, dat je je zo voelt?” vraagt Mike. “Toen Jane was geboren hield zij mij en Natalya nachtenlang wakker. Ik dacht toen ook dat ik gek werd.”

“Is de dood niet eigenlijk een schakelaar die het licht uitdoet?”

“Sorry, wat?”

Lees verder “Klus (III)”

Klus (II)

Naze kijkt in de spiegel boven de wasbak en ziet een man met kort haar en wallen onder zijn ogen terugstaren. Drie jaar geleden zou hij een man in de spiegel zien die lachte en uitkeek naar de volgende klus. Een man die er niet voor terugdeinsde zijn doelwitten flink toe te takelen tot ze de gewenste informatie gaven of beloofden bepaald gedrag op te geven.

Lees verder “Klus (II)”

Klus (I)

Het is één uur ’s nachts als Naze en Mike in een wegrestaurant een kopje zwarte koffie drinken. Mike houdt zijn kopje met twee handen vast. Naze vindt het volstrekt onzinnig een kopje met twee handen vast te houden. “Tijdens onze laatste klus ging het bijna mis,” zegt Mike. “Ik riep wel drie keer dat je moest stoppen.” Naze heeft zijn kopje niet aangeraakt, staart in de zwarte koffie. “Na deze klus kunnen we kappen,” gaat Mike verder. “Dus het zou erg helpen als je erbij blijft. Capiche? Yo, Mike aan Naze, is er contact?” Hij knipt in zijn vingers vlak voor Nazes ogen. Naze haat het als Mike dit doet.

Lees verder “Klus (I)”